Formele Verklaring: Autonomie op basis van de Grondwet en Levensbeschouwelijke Overtuiging
Datum: 4 november 2026
Betreft: Vastlegging van de constitutionele rechtsgrondslag ter bescherming van het herstel en de rust van mijn zoon.
• Het Grondwettelijke Fundament (Artikel 6 Grondwet):
In de afweging rondom de opvoeding, de opbouw en de rust van mijn zoon, beroep ik mij onverkort op mijn recht op vrijheid van godsdienst en levensovertuiging, zoals verankerd in Artikel 6 van de Nederlandse Grondwet. Dit grondrecht beschermt de innerlijke en morele overtuiging om te handelen naar wat kosmos en geloof ingeven als de hoogste plicht.
• De Morele Plicht tot Traumatisch Herstel:
Mijn diepe innerlijke overtuiging, mede gevormd door doorleefde eigen ervaring, dicteert dat institutioneel trauma niet met ambtelijke dwang of dwingende systemen kan worden opgelost. Mijn zoon heeft ten behoeve van zijn herstel behoefte aan absolute, langdurige rust, veiligheid en autonomie. Het forceren van een kind in een beschadigende structuur drukt rechtstreeks in tegen de goddelijke en morele wetten van bescherming die ik als gezaghebbende moeder hoor te bewaken.
• Juridische Conclusie voor Toezichthouders:
De wet verplicht overheidsinstanties en toezichthouders om de religieuze en levensbeschouwelijke identiteit van een gezin ten diepste te respecteren. De eerdere beschikking van de rechtbank heeft mijn 'eigen kracht' al soeverein erkend. Een poging van lokale ambtenaren of de Raad om ambtelijke protocollen of een gekopieerde geschiedenis zwaarder te wegen dan dit grondwettelijke schild, zet de rechtsstaat buitenspel.
De pre-discussie is gesloten.
Wij handelen vanuit een hogere wetmatigheid en de poort van onze autonomie blijft onwrikbaar bewaakt.